|
De verovering van noord-oostelijk Noord-Amerika: de visie van Allan W. Eckert
Door Herman Cohen Stuart
De Amerikaanse schrijver Allan W. Eckert heeft vanaf 1967 een serie opmerkelijke boeken geschreven over de verovering door de blanken van wat nu het noord-oosten van de Verenigde Staten is. De boeken spelen zich af in de periode vanaf het begin van de 18de eeuw, vanaf de geboorte van de latere Engelse gezant bij de Iroquois William Johnson in 1715 en die van de Ottawa-hoofdman Pontiac in 1720, tot aan de dood van de Sauk-leider Black Hawk in 1838. Op basis van een overvloed aan historische bronnen geeft Eckert de gebeurtenissen weer in de vorm van historische vertellingen (narratives). Volgens de schrijver is elke gebeurtenis, afgezien van interpretaties die hij in een grote hoeveelheid voetnoten uitgebreid verantwoordt, historisch juist. Ter wille van de leesbaarheid heeft hij de gebeurtenissen evenwel zoveel mogelijk in de verhalende roman-vorm gegoten. Zo worden bijvoorbeeld gesprekken, waarvan een weergave in de bestudeerde literatuur staat, als dialogen weergegeven.
In dit stuk wordt de serie van zes boeken besproken die bekend staat onder de titel Narratives of America. Tevens komt A Sorrow in Our Heart aan de orde, het levensverhaal van Tecumseh waaraan Julio Punch in een vorige Kiva al eens aandacht heeft besteed.
De boeken
Eckerts vertellingen behandelen de ontwikkelingen in een aantal gebieden. The Frontiersmen beschrijft de verovering van Ohio en Kentucky. Wilderness Empire verhaalt over de ontwikkelingen in voornamelijk New York en Pennsylvania in de periode van ongeveer 1740 tot de nederlaag van de Fransen in de oorlog tegen Engeland in 1760, en The Wilderness War vervolgt dat verhaal met de oorlog tussen Amerikanen en Engelsen in hetzelfde gebied. The Conquerors beschrijft hoe Detroit ontstond, een belangrijk fort werd en de belegering door Pontiac doorstond. In Gateway to Empire wordt de stichting van Chicago beschreven: het oprichten van een handelspost en de bouw, vlak daarbij, van Fort Dearborn waarmee Chicago een permanente plek op de landkaart kreeg. Twilight of Empire speelt zich af in het westelijk deel van Illinois.
In het eerste deel van de serie, The Frontiersmen , wordt aan de hand van de levensloop van de pionier Simon Kenton de periode van 1770 tot 1813 beschreven, de verovering van Kentucky en Ohio dor de blanken en de daarop volgende campagne van Tecumseh. Naast Kenton speelt aan de kant van de Amerikanen Daniel Boone een belangrijke rol. Aan Indiaanse zijde is een centrale plaats ingeruimd voor de Shawnees, die Ohio bewonen en in Kentucky jagen. De van oorsprong blanke Shawnee-leider Blue Jacket speelt in eerste instantie een heel belangrijke rol in het verzet tegen de oprukkende pioniers, een rol die later wordt overgenomen door Tecumseh. Het verhaal draait om de voortrekkersrol van Kenton en de manier waarop hij het land "open legt" voor de hem volgende pioniers, alsmede het verzet van de Indianen daartegen. Dezen zien, verenigd onder Blue Jacket en de Miami-hoofdman Little Turtle, kans het Amerikaanse leger onder generaal Arthur St. Clair in 1791 een zware nederlaag toe te brengen maar worden daarna in 1795 bij Fallen Timbers beslissend verslagen. Hierop wordt het verdrag van Greenville gesloten waarbij de gezamenlijke stammen 25.000 vierkante mijl land opgeven; zo wordt onder meer het gebied waar zich eerder het Shawnee-dorp Chillicothe (waar Tecumseh opgroeide) bevond, door blanke pioniers in bezit genomen. Daarna volgt het verhaal van Tecumseh die zich hier niet bij neerlegt en probeert, met aanzienlijk succes, een groot aantal Indianenvolken te verenigen. Het uiteindelijk resultaat is echter dat zijn volgelingen bij de Tippecanoe een fatale nederlaag lijden. Vervolgens zoekt Tecumseh steun bij de Engelsen, die in eerste instantie met hem samenwerken en de Amerikanen een aantal slagen toebrengen, maar zich uiteindelijk terugtrekken. Het boek eindigt met de dood van Tecumseh op het slagveld in 1813, en de dood van Kenton in 1836, rustig in zijn bed op de leeftijd van 81 jaar.
In Wilderness Empire beschrijft Eckert het leven van Sir William Johnson, de van afkomst Ierse gezant van de Engelsen, en diens relatie met de Iroquois, vooral met de Mohawks in wiens gebied hij woonde en met hun hoofdman Tiyanoga (door de Engelsen Hendrick genaamd). Johnsons relatie met de Iroquois ging zo ver dat zij hem adopteerden en de naam Warraghiyagey (De man die grote dingen onderneemt) gaven. Hij trouwde met Degonwadonti oftewel Molly Brant, de zus van de bekende Iroquois-hoofdman Joseph Brant (Thayendanegea). Uitgebreid komt de oorlog tussen Engelsen en Fransen, de French and Indian War (min of meer het Amerikaanse equivalent van de Zevenjarige oorlog) van 1756 tot aan de Franse capitulatie in 1760 aan de orde, inclusief de nederlaag van de Engelse generaal Braddock tegen een gecombineerd Frans-Indiaans leger en de uiteindelijke overgave door de Fransen van Montreal aan de Engelsen, alsmede de wijze waarop Johnson de Iroquois zover kreeg dat ze zich afzijdig hielden en in feite de kant van de Engelsen kozen. Johnson speelde enerzijds de rol van pleitbezorger van de Indianen en had - naast een groot aantal Indiaanse minnaressen - een Indiaanse vrouw, maar anderzijds voorzag hij hen van grote hoeveelheden rum en kocht hij grote stukken land. Tijdens en na de opstand van Pontiac, die eveneens uitgebreid wordt besproken, zette hij de oostelijke en westelijke stammen tegen elkaar op en zelfs was hij niet te min om de Iroquois over te halen, een strafexpeditie tegen de Delawares uit te voeren toen dezen naar Johnsons zin teveel aanvallen uitvoerden op Engelse nederzettingen. Zijn loyaliteit was uiteindelijk toch gericht op de Engelsen, niet op de Indianen.
The Conquerors beschrijft het verzet van Pontiac tegen de Engelsen die na het eind van de Engels-Franse oorlog de nieuwe "heersers" over het noordoostelijk gebied waren. Pontiac, oorlogshoofd van de Ottawa's, slaagt er in 1763 in een verbond aan te gaan met een groot aantal volken uit het gebied rond de Grote Meren (o.a. de Chippewa's, Delawares, Shawnees, Potawatomies, Hurons en Seneca's) en een negental forten in te nemen. Het belangrijkste fort, Detroit, houdt echter ondanks een maandenlange belegering stand. De campagne verloopt uiteindelijk en alle volkeren sluiten vrede met de Britten, die daarbij uiteraard grote stukken land bedingen.
Een van de tragische aspecten van het verhaal is dat enerzijds de Engelsen door deze opstand in grote problemen werden gebracht, waardoor het er werkelijk op leek dat ze grote delen van het land uitgezet zouden worden, maar dat anderzijds de Indianen, die zich dat niet realiseerden, zich tegen Pontiac begonnen te keren omdat Detroit maar niet viel, en hem uiteindelijk verlieten; dit ook al omdat de steun van het Franse leger die Pontiac hen steeds in het vooruitzicht had gesteld, uitbleef - Engelsen en Fransen hadden inmiddels vrede gesloten.
The Wilderness War beschrijft het leven van Thayendanegea (Joseph Brant), de strijd van de Iroquois en Engelsen tegen de Amerikanen in de periode van 1775 tot 1779 - de zgn. War of the Revolution - en de ondergang van de Iroquois League (federatie). Thayendanegea heeft dankzij Sir William Johnson een westerse opleiding gehad en wordt assistent van Johnson, die in 1774 overlijdt. De teloorgang van de Iroquois federatie (bestaande uit de volken der Mohawks, Onondaga’s, Seneca’s, Cayuga’s, Oneida’s en Tuscarora’s) wordt ingeleid door de onenigheid die ontstaat over de vraag of de Iroquois in de oorlog tussen Engelsen en Amerikanen neutraal moeten blijven of de kant van een der partijen kiezen. Thayendanegea, inmiddels oorlogshoofd van de gehele federatie, kiest de partij van de Engelsen, mede in de hoop dat de Iroquois er sterker uit zullen komen; de Oneida’s en Tuscarora’s daarentegen steunen de Amerikanen. Hiermee is de breuk in de League een feit. Thayendanegea en de Engelsen samen brengen de Amerikanen een aantal nederlagen toe. Op basis van een plan van George Washington trekt vervolgens de Amerikaanse generaal Sullivan, gesteund door de Oneida’s, met een leger het hart van het gebied der Iroquois binnen en vernietigt alle steden en dorpen die hij tegenkomt tot aan de meest westelijk gelegen stad, Chenussio, inclusief alle voedselvoorraden en velden met gewassen. Het idee achter deze onderneming was dat veldslagen voorkomen moesten worden, maar dat de vernietiging van voedsel de Iroquois op de knieën zou brengen. De Iroquois en Engelsen slagen er niet in, het leger van Sullivan een halt toe te roepen. Deze expeditie breekt de kracht van de federatie.
Het boek kenmerkt zich door veel, soms saaie verhalen over legermanoeuvres, veldtochten en veldslagen. Wat het interessant maakt is de beschrijving van de strategische kwaliteiten van Thayendanegea, en de neergang van de ooit zo machtige federatie van de Iroquois. Thayendanegea werd (in die tijd?) door de Amerikanen gezien als het middelpunt van tegen hen gerichte agressie, terwijl bij door hem geleide aanvallen het aantal slachtoffers juist beperkt bleef maar vooral nederzettingen werden vernietigd en vee werd meegenomen. Eckert schildert hem niet af als bijzonder bloeddorstig.
Gateway to Empire begint waar The Conquerors ophoudt: bij de moord op Pontiac in 1769 door een jonge Peoria-Indiaan, en eindigt met de nieuwe start van Chicago in 1816 na de evacuatie van het daar vlakbij gelegen Fort Dearborn tijdens de Oorlog van 1812. Meerdere personen spelen een hoofdrol, waarvan John Kinzie een van de belangrijkste is: een handelaar van Schotse afkomst die tijdens zijn veelbewogen leven een grote rol speelt in de ontwikkeling van Chicago - de Gateway to Empire - als handelspost. Een groot deel van het boek gaat over de toename van de handel tussen blanke handelaars (waaronder Jean Baptiste Point du Sable, de weinig gelukkige stichter van Chicago) en de Indianen. Daarnaast speelt uiteraard de steeds verder oprukkende blanke bezetting van het land een grote rol, in deze periode waarin de Amerikanen zich hebben afgescheiden van Engeland en de Verenigde Staten uitgroeien tot zelfstandige natie. De Engelsen steunen nu de Indianen in hun strijd, zij het dat die steun weinig meer om het lijf heeft dan "advisering". Veel minder dan de Indianen willen worden manschappen en kanonnen ingezet. Zo vindt de slag bij Fallen Timbers in 1795 plaats onder de ogen van de Engelsen die zich hebben verschanst in Fort Miami maar hun Indiaanse medestanders onder Blue Jacket de toegang weigeren wanneer deze slag uitloopt op een nederlaag.
Het boek behandelt tevens, meer uitgebreid dan The Frontiersmen, de ontwikkeling van Tecumseh tot leider van een "amalgamation", een los-vast verbond van vele stammen dat tot doel had de oprukkende blanken terug te drijven. Tecumseh zelf was overigens geen hoofdman van de gehele Shawnee-natie; zijn afkomst, hij behoorde tot de Kispokotha-clan, liet dat niet toe. Tecumsehs broer Tenskwatawa, die dankzij Tecumseh uitgroeit tot geestelijk leider van het verbond, laat het, geprovoceerd door de Amerikaanse gouverneur William Henry Harrison, in 1811 tijdens Tecumsehs afwezigheid aankomen op een veldslag met de Amerikanen - die hij verliest. Dit haalt in feite de kracht weg uit de beweging van Tecumseh, die nu noodgedwongen gaat samenwerken met de Engelsen. De oorlog van 1812 tussen Amerika en Engeland is inmiddels uitgebroken; in het Noordwesten (de streek rond de Grote Meren) verlopen de zaken aanvankelijk zeer voorspoedig voor de Engelsen en Indianen. De Amerikaanse generaal Hull stapelt blunder op blunder, en geeft in dat kader na een aantal zeer discutabele bevelen (voornamelijk neerkomend op het terugtrekken van zijn eigen, door ieder ander superieur geachte leger) het bevel dat Fort Dearborn, gelegen tegenover Chicago, door de Amerikanen ontruimd moet worden. Aan het eind van het boek wordt deze ontruiming beschreven en de daarop volgende, zgn. "Chicago Massacre", waarbij het zich terugtrekkende garnizoen (inclusief vrouwen en kinderen) door de Potawatomies wordt aangevallen en vernietigd.
Twilight of Empire beschrijft het verhaal van de Sauk en hun leider Black Hawk die er, in tegenstelling tot zijn rivaal Keokuk, niets voor voelt het oorspronkelijke gebied van de Sauk te verlaten en naar de overkant van de Mississippi te vertrekken. Evenals Tecumseh is Black Hawk geen officieel leider; wel zet hij achter de schermen de lijnen uit voor het officiële hoofd, Jumping Fish. In tegenstelling tot Tecumseh is hij evenwel geen visionair; zijn doel is niet gelegen in het sluiten van een verbond met vele stammen, maar bestaat er uitsluitend uit het land van zijn volk te behouden. Om dat doel te bereiken sluit hij wel een verbond met de Winnebago, Kickapoo en Potawatomi, maar anderzijds blijft hij op voet van oorlog met de Sioux en Osages.
Keokuk is de tegenhanger van Black Hawk: veertien jaar jonger, een goed spreker en geneigd tot vrede. In plaats van Black Hawk, die de positie ambieert, wordt Keokuk benoemd tot oorlogsleider van de Sauk. In tegenstelling tot Black Hawk neemt Keokuk zijn mensen mee naar de westelijke kant van de Mississippi en blijft hij daar. Ook Black Hawk gaat in eerste instantie naar de overkant, maar keert later terug met het plan zich te vestigen op het gebied van de bevriende Winnebago. Hij wordt in dit plan gesterkt door het idee dat de Engelsen hem zullen steunen in zijn strijd tegen de Amerikanen.
De Amerikanen laten dit niet zomaar gebeuren en achtervolgen Black Hawk en zijn mensen. Wanneer dezen op het punt staan zich over te geven en daartoe zelfs al gezanten hebben gestuurd naar het Amerikaanse militieleger, worden de boodschappers beschoten. Black Hawks reactie is er een van woede: als ze oorlog willen kunnen ze die krijgen. Hij jaagt met een handjevol manschappen de hele militie op de vlucht. Deze gebeurtenis staat bekend als Stillman’s defeat.
De groep van Black Hawk, bestaande uit mannen, vrouwen en kinderen, probeert vervolgens vooral uit handen van de blanken te blijven. De omstandigheden zijn slecht: eten is er nauwelijks, de mensen verzwakken, stervenden blijven achter. Ondertussen voeren de Sauk wel overvallen uit op blanke settlers.
Voor de Amerikanen was dit een campagne zonder "eer" en met volop tegenslagen: ze joegen een verzwakte vijand op, succes ontbrak vrijwel geheel en bovendien trof een cholera-epidemie de troepen die als versterking gestuurd waren. Het valt dan ook nauwelijks een oorlog te noemen, maar meer een genante jacht op een door omstandigheden verzwakte tegenstander. Het eind van de jacht is de "slag" bij Bad Axe, waarbij het laatste restje volgers van Black Hawk wordt afgeslacht. Black Hawk wordt gevangen genomen en gaat later in Washington op bezoek bij president Jackson, die hij belooft nooit meer iets tegen de blanken te ondernemen. Hierbij moet bedacht worden dat Black Hawk tijdens zijn vlucht voor de Amerikanen de zestig al gepasseerd was en op zijn 65e jaar Washington bezocht.
Opmerkelijk is overigens de rol die twee voormalige medestanders van Tecumseh spelen: Chaubenee en Sauganash, hoofden der Potawatomi, die de Amerikanen steunen! Ze doen dat naar aanleiding van een verzoek van Tecumseh zelf; die had er, omdat hij vlak voor zijn dood de Indiaanse zaak al als verloren beschouwde, bij hen op aangedrongen vrede te sluiten en de Amerikanen te beschermen tegen hun vijanden, zelfs al zouden dat Indianen zijn.
In A Sorrow in Our Heart , Eckerts biografie van Tecumseh, wordt tot in alle details (veel meer dan in Eckerts voorafgaande boeken) het leven van deze grote leider geschetst; vanaf zijn geboorte en het verschijnen van de komeet waaraan hij zijn naam dankt, tot aan zijn dood op het slagveld. Zijn voor zijn ontwikkeling cruciale relatie met zijn oudere broer Chiksika wordt uitvoerig beschreven, maar ook die met Tenskwatawa, zijn jongere broer die zich in het begin vooral te buiten gaat aan alcohol maar later, na een visioen, de belangrijke rol van profeet zal vervullen. Tecumsehs grote tegenspeler is generaal (de latere president) William Henry Harrison, de man die - zoals hiervoor al gememoreerd - gebruik maakt van Tecumsehs afwezigheid om in 1811 Tenskwatawa bij Tippecanoe te provoceren tot een aanval die een nederlaag tot gevolg heeft, de fatale nederlaag die de kracht van Tecumsehs beweging vernietigt. Daarna wendt Tecumseh zich tot de Engelsen om met hen samen de Amerikanen te verslaan; maar ondanks aanvankelijke successen en de zwakte van de Amerikaanse generaal Hull - een meester van de terugtocht - lukt dat niet. Het weifelachtige optreden van de Engelse bevelhebber Proctor, gecombineerd met de zeeslag op het Erie Meer die uitloopt op een grote overwinning voor de Amerikanen, is hieraan mede debet. Tecumseh sneuvelt in 1813, tijdens de slag bij de Thames.
Hoewel Eckert zichzelf in zijn boeken een aantal malen herhaalt waar het de verhalen over Tecumseh betreft, is er wel een opbouw te herkennen. In The Frontiersmen staan, vooral in het begin, de avonturen van Simon Kenton centraal en wordt daarnaast het verhaal van Tecumseh verteld. In Gateway to Empire gaat het behalve om Tecumseh, voor een groot deel om de gebeurtenissen rondom Chicago. In A Sorrow tenslotte is Tecumseh de enige hoofdpersoon en wordt alles wat over hem verteld kan worden, verteld. Ook corrigeert Eckert zaken die in andere boeken naar zijn zeggen niet kloppen, zoals de romance die Tecumseh gehad zou hebben met Rebecca Galloway, de dochter van een settler die zich vestigt op het voormalige grondgebied van Chillicothe; in The Frontiersmen wordt deze romance beschreven, in A Sorrow weer ontkend. De boeken herhalen elkaar dan ook niet slechts, maar vullen elkaar aan.
Verhalen, maar geen analyses
De reacties van lezers op The Frontiersmen, zoals die op Internet te lezen zijn, variëren van fantastisch tot geweldig, vooral bij lezers die zelf in Kentucky of Ohio zijn opgegroeid. Ook de besprekingen van A Sorrow in Our Heart zoals die in NRC Handelsblad ("subliem") en de Volkskrant (enerzijds "een eigenaardige en controversiële aanpak", anderzijds "een realistisch monument") te lezen waren, zijn positief. Punch noemt het boek Eckerts meesterwerk. Daarentegen vermeldt Internet een citaat uit Kirkus Reviews over A Sorrow (auteur niet vermeld) waarin wordt gesteld dat het hier, gezien onder andere de manier waarop Tenskwatawa wordt geportretteerd (als een ‘sniveling conniver’, zeg maar een snotteraar die getolereerd wordt), eigenlijk meer om fictie gaat dan om feiten. Eckert zou voorbij gaan aan de processen van eenwording tussen stammen die toch al optraden, daarbij de rol van spirituele leiders zoals Tenskwatawa uit het oog verliezend; hij zou voorts teveel interpreteren en de zaken mooier afschilderen dan ze waren. Friedrichs noemt A Sorrow zelfs, overigens zonder dat uit te leggen, een voorbeeld van pulp fiction. Dit laatste gaat mij te ver; zelf ben ik, zij het niet zonder enige kritiekpunten, meer geneigd tot een positieve benadering.
Aan de ene kant vertelt Eckert heel exact, wat er zich afspeelde. Dat is dan ook een van zijn grote verdiensten; voor wat de feiten betreft zal er op zijn werk, naar het zich laat aanzien, weinig aan te merken zijn. Bovendien maakt zijn manier van vertellen, in de romanvorm, de boeken goed leesbaar en verlaagt het de drempel voor diegenen die wel geïnteresseerd zijn in de geschiedenis maar niet snel een wetenschappelijke verhandeling uit de kast trekken. Wel vroeg ik me al lezend soms af waar de grens ligt tussen feiten en romantisering. Vooral de beschreven gedachten en gevoelens van diverse personages roepen die vraag op. Zo worden bijvoorbeeld de overdenkingen van Tenskwatawa weergegeven over zijn rol als geestelijk leider van Tecumsehs beweging. Hoe weet Eckert daarvan? Heeft Tenskwatawa daarover later verteld (gezien de veelheid aan geraadpleegde bronnen is dat niet onmogelijk), of is dit een manier van Eckert om een aantal ontwikkelingen te verduidelijken? Hoewel dat effect wel wordt bereikt, zou dit afdoen aan de feitelijkheid van de boeken die Eckert juist zo hoog in het vaandel heeft staan.
In die zin is de kritiek dat het meer om fictie dan om feiten gaat, begrijpelijk. Daarentegen is een punt in Eckerts voordeel dat hij wanneer er twijfel kan bestaan over zijn interpretatie, duidelijk aangeeft op welke bronnen hij zich heeft gebaseerd en welke andere interpretaties mogelijk zijn. Dit maakt tevens duidelijk dat het interpreteren van gebeurtenissen en bronnen bij geschiedschrijving, niettegenstaande de meest diepgaande naspeuringen naar de feiten zoals die zich hebben voorgedaan, onontkoombaar is.
Een andere vraag is of de aanpak van Eckert om de geschiedenis via vertellingen weer te geven, die geschiedenis niet tekort doet. In die aanpak is (hoe logisch misschien ook) geen plaats voor analyses van het gebeurde, terwijl het materiaal daar haast om smeekt. Waarom bijvoorbeeld is de opzet van Tecumseh, in diverse boeken van Eckert een centrale figuur, niet gelukt? Het lijkt te simpel om dat alleen te wijten aan het gegeven dat Tenskwatawa niet de meest wenselijke plaatsvervanger was. Daarnaast was ongetwijfeld van groot belang dat Tecumseh in William Henry Harrison een bijzonder scherpzinnig tegenstander trof. In hoeverre speelde verder het communicatieprobleem een rol, dat Tecumseh gezien de grootte van het gebied dat hij wilde bestrijken ongetwijfeld gekend moet hebben (al vond hij daar via het "grote teken" dat zijn medestanders tot actie moest oproepen, een heel creatief antwoord op)? In hoeverre was bepalend dat de Indianen geen betaalde soldaten waren maar mannen die simpelweg geacht werden voor hun familie te zorgen en daarnaast gewend waren hun eigen beslissingen te nemen? Wat was de invloed van het feit dat de Indianen geen gedisciplineerd militair stramien gewend waren? Antwoorden op vragen zoals deze zijn mogelijk in de uitgebreide literatuur over Tecumseh terug te vinden, maar van Eckert hoeven we ze niet te verwachten.
Evenmin trekt hij parallellen die, al lezend, voor de hand lijken te liggen, zoals bijvoorbeeld overeenkomsten en verschillen tussen Tecumseh en Pontiac:
- beide trachtten eenheid aan te brengen onder de Indiaanse volken, geen van beiden slaagde daar uiteindelijk in;
- beiden hanteerden het "grote teken", een soort wonder of verschijnsel dat het moment van actie zou aankondigen en dat dermate bijzonder zou zijn dat iedereen zou begrijpen dat dit het voorspelde teken was waarop werd gewacht;
- beiden maakten gebruik van religieuze visioenen. Tecumseh presenteerde, mede met behulp van een almanak waardoor hij een zonsverduistering kon voorspellen, zijn broer Tenskwatawa als profeet. Pontiac ging zelf op zoek naar een visioen dat hij gebruikte om zijn volgelingen te overtuigen;
Op het gebied van het behandelen van gevangenen daarentegen verschilden ze hemelsbreed: Tecumseh heeft het martelen van gevangenen altijd met de meeste kracht verworpen, iets wat van Pontiac niet gezegd kan worden. Daarnaast was Pontiac oorlogshoofd van de Ottawa, maar was het voor Tecumseh vanwege zijn afkomst niet mogelijk die status te verwerven.
Verder komt het feit te weinig aan de orde dat de blanken het niet alleen nodig vonden, hun oorlogen uit te vechten op Indiaans land maar vooral dat zij er daarbij, zoals in Eckerts verhalen (wel als gebeurtenis, maar niet verder uitgewerkt) steeds naar voren komt, telkens opnieuw in slaagden de ene stam uit te spelen tegen de andere. Mede daardoor heeft de onder meer door Tecumseh gezochte eenheid onder de Indiaanse volken nooit bestaan. Zo zond William Johnson tijdens de opstand van Pontiac een delegatie van Mohawks naar de stammen die zich bij Pontiac hadden aangesloten om hen over te halen, hem te verlaten en vrede te sluiten met de Engelsen. De Sauk van Black Hawk werden, mede vanwege verzoeken daartoe van de Amerikanen, bedreigd door de Sioux en Menominee. Het meest aansprekende voorbeeld is wel de gang van zaken tijdens de War of the Revolution, waarbij broeder-stammen van de Iroquois elkaar bestreden en de 250 jaar oude League teloor ging.
Bovendien werden diegenen die de strijd tegen de hen bedreigende blanken opvatten en meenden op bijstand van blanke bondgenoten te kunnen rekenen, keer op keer teleurgesteld: zie Pontiac bij Detroit, zie Blue Jacket bij Fallen Timbers, zie Tecumseh en Proctor, zie Black Hawk en de Engelsen. Juist het trekken van dergelijke vergelijkingen kan het inzicht in wat er in die tijd echt gebeurde vergroten. Eckert maakt van die mogelijkheden helaas geen gebruik.
Objectiviteit
Wanneer een schrijver zich bezig houdt met een zo gevoelige materie als de verovering van het oorspronkelijk Indiaanse land door blanke Europeanen, die er vervolgens, althans in de ogen van de Amerikanen (de lezers van zijn boeken!), God’s Own Country van hebben gemaakt, is een interessante vraag of de auteur partij kiest. Aan welke kant staat Eckert? Zelf stelt hij dat hij uitsluitend feiten weergeeft, en dat de lezer zelf conclusies moet trekken.
Soms lijkt Eckert, zeker waar het gaat om de wijze waarop de blanken zichzelf Indiaans land toeëigenden, een zekere sympathie voor de Indianen te hebben. Verder wordt bijvoorbeeld de figuur van Tecumseh op een zeer positieve manier neergezet. Ook heldhaftige blanken worden ten tonele gevoerd, van wie Simon Kenton en Sir William Johnson (ook in Eckerts ogen!) wel de grootste zijn. Anderzijds schroomt Eckert in The Wilderness War niet, de campagne die door Washington wordt uitgedacht om de Iroquois te decimeren en die wordt uitgevoerd door generaal Sullivan, genocide te noemen. Bovendien schildert hij ook de Indianen niet mooier af dan ze zijn; op meerdere plaatsen worden bijvoorbeeld martelmethoden op zeer levensechte wijze getekend. Dat is niet onterecht; het is gebeurd en de beschrijving ervan helpt mee een zoveel mogelijk evenwichtige beschrijving te geven van de gebeurtenissen in die tijd. In die zin kan gezegd worden dat Eckert erin is geslaagd, inclusief enige (ook alweer eerlijk over beide kampen verdeelde) sym- en antipathieën een naar beide kanten realistisch beeld neer te zetten.
Conclusie
Duidelijk is dat Eckert een enorme hoeveelheid research heeft verricht en een autoriteit is op het gebied van de geschiedenis van het noord-oosten van de Verenigde Staten. Door zijn bijzonder gedegen studie van het materiaal maar ook door zijn vermogen om verhalen te vertellen, is hij een zeer leesbare auteur die het verleden op een boeiende en evenwichtige wijze tot leven weet te brengen. Bovendien gaat het hier om de geschiedenis van de verovering van het oosten, vóór, tijdens en na de Amerikaanse Revolutie, een periode die over het algemeen minder bekend is dan bijvoorbeeld de strijd van de Prairie-Indianen maar waarover minstens zoveel te zeggen valt. Anderzijds is Eckerts kracht tegelijk zijn zwakte: de verhalende vorm van de boeken lijkt af en toe wel erg ver doorgevoerd. Bovendien grijpt Eckert niet de kans het inzicht van zijn lezers nog te vergroten door de gebeurtenissen behalve ze te beschrijven, ook te analyseren. Desondanks zijn zijn boeken het lezen meer dan waard.
BRONNEN
http//www/Amazon.com, 4-1-1998
Kroniek van de mensheid , Elsevier - Amsterdam/Brussel 1986
Eckert, Allan W.: The Frontiersmen . Little, Brown and Co, Boston, 1967; Bantam Edition, Bantam Books, New York, 1970
Eckert, Allan W.: Wilderness Empire . Little, Brown and Co, Boston, 1969; Bantam Edition, Bantam Books, New York, 1971
Eckert, Allan W.: The Conquerors . Little, Brown and Co, Boston, 1970; Bantam Edition, Bantam Books, New York, 1981
Eckert, Allan W.: The Wilderness War . Little, Brown and Co, Boston, 1978; Bantam Edition, Bantam Books, New York, 1982
Eckert, Allan W.: Gateway to Empire . Little, Brown and Co, Boston, 1983; Bantam Edition, Bantam Books, New York, 1984
Eckert, Allan W.: Twilight of Empire . Little, Brown and Co, Boston, 1988; Bantam Edition, Bantam Books, New York, 1989
Eckert, Allan W.: A Sorrow in Our Heart - The Life of Tecumseh. Bantam Books, New York, 1992
Friedrichs, Michael: Tecumseh’s Fabulous Career in German Fiction. In: European Review of Native American Studies, 11:2 1997, pp. 47-52
Punch, Julio: Geschiedenislessen . In: de Kiva 1996/5, pp. 169-171
Tromp, Bart: Een rode Napoleon . In: De Volkskrant, 23 juli 1994
Veldman, Hans: Tecumseh - opperhoofd met een almanak . In: NRC Handelsblad, 4 april 1992
Uit: De Kiva 35e jaargang no. 3/4, mei-augustus 1998, © de Kiva
|